| |
Volgens vastgestelde criteria opgesteld door de monumentencommissie van de
gemeente Montferland kunnen hierbij jaarlijks door H.K.B. en O.V.D. elk een
drietal objecten of personen worden voorgedragen voor de monumentenprijs.
Vanuit de H.K.B. waren genomineerd
het Kaatsteedje
( Schaapsdrift 14 Beek) uit 1865 dat in 2003-2004 zorgvuldig
werd gerestaureerd, boerderij De
Keulse Stee (Loerbeek) uit 1883 dat in 2002 werd gerestaureerd en de uitspanning
't Peeske in Beek. Vanuit de O.V.D. waren dit een drietal vrijwilligers (Willy
Meuleman, Bart van Onna en Theed Schaars) die zich vanaf Pinksteren 2004 geheel
belangeloos met al hun vrije tijd hebben ingezet om het gemeentelijke monument
Mariakapel aan de Tatelaarweg vanuit een vervallen staat weer de waardigheid te
geven die het verdient. (dit drietal zorgt nog dagelijks voor de instandhouding
van de kapel), de Markthal geopend in 1951 die dit jaar op de monumentenlijst
werd geplaatst en qua kwaliteit zo goed is onderhouden dat er nog geen
restauratie nodig is geweest en de Julianawijk waarover later meer.
Uitgaande van de voorgestelde zes nominaties in 2007, de beoordeling ter plekke
en de toelichtingen van het bestuur H.K.B. en O.V.D. was de monumentencommissie
unaniem van oordeel een advies uit te brengen aan het gemeentebestuur om de
monumentenprijs 2007 toe te kennen aan de bewoners (vertegenwoordigd via het
wijkplatform Juliana de Lockhorst en het comité Julianawijk Didam) van de als
gemeentelijk monument beschermde 97 panden in de Julianawijk te Didam. De wijk
kon dankzij de inzet en passie van de bewoners worden behouden en teruggebracht
naar het huidige historisch karakter van de wijk.
De Julianawijk
Direct na de bevrijding in
1945 was er ook in Didam een groot tekort aan woningen. Het toenmalige
gemeentebestuur van Didam besloot daarom zelf de volkswoningbouw ter hand te
nemen. Voor de oorlog waren er enkele volkswoningen gebouwd in Didam, zoals 3
blokken dubbele woonhuizen aan de Wilhelminastraat. Een nieuwbouwproject met een
omvang als de Julianastraat e.o. was nieuw voor Didam. De bekende Arnhemse
architect Cornelis Nap verzorgde zowel het stedenbouwkundige ontwerp als de
architectuur van de woningen. De architect Gerard van Ede werd belast met de
uitvoering. De nieuwbouw viel onder de Wederopbouwwet. Het Rijk bemoeide zich
nadrukkelijk met dit project. Het merendeel van de nieuwe volkswoningen werd
gebouwd in het gebied tussen de Wilhelminastraat, de Hoofdstraat, de
Schoolstraat en de Willibrordusweg. In 1946 stonden in dit gebied slechts enkele
panden. De Willibrordusweg was nog een landweg en vanaf de Hoofdstraat (toen
Weemstraat) liep een pad langs de openbare school naar een woning aan de
Willibrordusweg. Ten behoeve van de woningbouw werden er twee nieuwe straten
aangelegd: de Julianastraat en de Prins Bernardstraat. Tussen 1946 en 1951
zouden in verschillende bouwstromen woningwetwoningen worden gebouwd, waarvan
ongeveer de helft langs de nieuwe straten. Er werden een drietal woningtypes
ontworpen voor dubbele woonhuizen, één type geschakelde woonhuizen en een
bijzondere woning voor de beëindiging van het plantsoen. Deze basistypes werden
waarschijnlijk allen al in 1946 ontworpen en in de navolgende jaren met
verschillende variaties uitgevoerd. Opvallend is de goothoogte, die verschilt
naar gelang de stedenbouwkundige situatie. De woningen die in 1951 als laatste
zijn gebouwd aan de oneven zijde van de Prins Bernardstraat wijken af van de
basistypes en zijn waarschijnlijk door de gemeente zelf ontworpen. De woningen
werden ontworpen in een traditionalistische, tuindorpachtige sfeer, waarbij
elementen aan de Achterhoekse boerderijbouw werden ontleed. Grote diepe kavels
waren nodig, omdat tot de eerste levensbehoeften van de eerste bewoners behoorde
een moestuin, een kolenhok, een varkensstal of een kippenren. Dit vond men
belangrijker dan bijvoorbeeld een badkamer. Karakteristiek voor de wijk zijn
ondermeer de door de nu deels verdwenen ligusterhagen van de weg gescheiden
voortuinen, de ruime achtertuinen en de fraaie doorzichten tussen de huizen met
uitzicht op de Mariakerk in westelijke richting en de Martinusmolen in
oostelijke richting. Zowel stedenbouwkundig als architectonisch weerspiegelt de
wijk de opvattingen van de Delftse school. De Delftse school is ondermeer
herkenbaar aan de menselijke schaal gebaseerde architectuur, de toepassing van
streekeigen materialen, handvorm bakstenen en met pannen gedekte zadeldaken
voorzien van duidelijk gemarkeerde schoorstenen. Al sinds 1966 bestonden er
plannen om de gehele wijk tot gemeentelijk monument te benoemen. In opdracht van
de toenmalige gemeente Didam bracht het Gelders Genootschap in hetzelfde jaar
een positief advies uit dat bleef liggen tot de politiek bij de
begrotingsbehandeling van 2002 besloot de zaak opnieuw op te pakken zodat de
Julianawijk een monument zou worden. In 2003 maakte drs. R.J.A. Crols van het
Gelders Genootschap een conceptredengevende beschrijving voor de panden
Bernardstraat 9 en 11, 15 t/m 23, 16 t/m 26. Julianastraat 1 t/m 39, 2, 4, 6, 8,
10 t/m 38, 40, 42 en 44. Hoofdstraat 38, 40 en 44 t/m 58. Wilhelminastraat 61
t/m 71. Willibrordusweg 23, 25, 35 t/m 57 en 61 t/m 83. Op grond van deze
beschrijving gaf de gemeentelijke Monumentencommissie op 25 november 2004 een
positief advies aan Burgemeester en Wethouders om het geheel op de gemeentelijke
monumentenlijst te plaatsen. Uiteindelijk gaf ook de eigenaar van de woningen na
enige bedenkingen toestemming tot plaatsing. Op 14 december 2004 kreeg de hele
wijk de beschermde monumentenstatus.
De uitreiking van de monumentenprijs
Op zaterdag 8 september werd in de feestelijke versierde
Julianastraat onder grote belangstelling de prijs uitgereikt door wethouder Ted
Kok van de gemeente Montferland. Ruim tweehonderd bewoners en een dertigtal
officieel genodigden waren getuigen dat veel waardering werd uitgesproken aan de
bewoners voor hun inzet in het verleden. Ook werd duidelijk dat de gemeente
Montferland ook naar de toekomst toe wil aansturen op een gemeenschappelijke
inzet van alle betrokken partijen voor behoud van de wijk. De prijs bestond uit
drie gedeelten: een geldprijs van € 1500,00 die zal worden aangewend voor
verfraaiing van de wijk, een oorkonde, en een fraaie pentekening van de wijk.
Alle 97 hoofdbewoners van de wijk kregen hierbij een kopie van oorkonde en
tekening overhandigd. De tekening werd gemaakt door Dick Caderius van Veen
afkomstig uit Arnhem. Schutterij Wilhelmina met hun commandant en vendeliers brachten een muzikale (vendel) hulde wat erg op prijs werd gesteld
door alle aanwezigen. De eigenaar van de woningen
‘ Laris wonen en diensten’ en de Rabobank Didam ondersteunden met
een financiële bijdrage de bestrijding van de gemaakte onkosten waarvoor een
hartelijk dank werd uitgesproken.
|
|