Monumentenprijs 2007



    
 

In 2006 werd op initiatief van de Heemkundekring Bergh (H.K.B.) daarbij ondersteund door de Oudheidkundige Vereniging Didam (O.V.D.) en gedragen door de gemeente Montferland de monumentenprijs in het leven geroepen. In 2006 kreeg de pastorie van Azewijn de monumentenprijs toegekend.

 

Start diashow Julianawijk


Volgens vastgestelde criteria opgesteld door de monumentencommissie van de gemeente Montferland  kunnen hierbij jaarlijks door H.K.B. en O.V.D.  elk een drietal objecten of personen worden voorgedragen voor de monumentenprijs. 

Vanuit de H.K.B. waren genomineerd het Kaatsteedje ( Schaapsdrift 14 Beek) uit 1865 dat in 2003-2004 zorgvuldig werd gerestaureerd, boerderij De Keulse Stee (Loerbeek) uit 1883 dat in 2002 werd gerestaureerd en de uitspanning 't Peeske in Beek. Vanuit de O.V.D. waren dit een drietal vrijwilligers  (Willy Meuleman, Bart van Onna en Theed Schaars) die zich vanaf Pinksteren 2004 geheel belangeloos met al hun vrije tijd hebben ingezet om het gemeentelijke monument Mariakapel aan de Tatelaarweg  vanuit een vervallen staat weer de waardigheid te geven die het verdient. (dit drietal zorgt nog dagelijks voor de instandhouding van de kapel), de Markthal geopend in 1951 die dit jaar op de monumentenlijst werd geplaatst en qua kwaliteit zo goed is onderhouden dat er nog geen restauratie nodig is geweest en de Julianawijk waarover later meer. Uitgaande van de voorgestelde zes nominaties in 2007, de beoordeling ter plekke en de toelichtingen van het bestuur H.K.B. en O.V.D. was de monumentencommissie unaniem van oordeel een advies uit te brengen aan het gemeentebestuur om de monumentenprijs 2007 toe te kennen aan de bewoners (vertegenwoordigd via het wijkplatform Juliana de Lockhorst en het comité Julianawijk Didam) van de als gemeentelijk monument beschermde 97 panden in de Julianawijk te Didam. De wijk kon dankzij de inzet en passie van de bewoners worden behouden en teruggebracht naar het huidige historisch karakter van de wijk.

De Julianawijk

Direct na de bevrijding in 1945 was er ook in Didam een groot tekort aan woningen. Het toenmalige gemeentebestuur van Didam besloot daarom zelf de volkswoningbouw ter hand te nemen. Voor de oorlog waren er enkele volkswoningen gebouwd in Didam, zoals 3 blokken dubbele woonhuizen aan de Wilhelminastraat. Een nieuwbouwproject met een omvang als de Julianastraat e.o. was nieuw voor Didam. De bekende Arnhemse architect Cornelis Nap verzorgde zowel het stedenbouwkundige ontwerp als de architectuur van de woningen. De architect Gerard van Ede werd belast met de uitvoering. De nieuwbouw viel onder de Wederopbouwwet. Het Rijk bemoeide zich nadrukkelijk met dit project. Het merendeel van de nieuwe volkswoningen werd gebouwd in het gebied tussen de Wilhelminastraat, de Hoofdstraat, de Schoolstraat en de Willibrordusweg. In 1946 stonden in dit gebied slechts enkele panden. De Willibrordusweg was nog een landweg en vanaf de Hoofdstraat (toen Weemstraat) liep een pad langs de openbare school naar een woning aan de Willibrordusweg. Ten behoeve van de woningbouw werden er twee nieuwe straten aangelegd: de Julianastraat en de Prins Bernardstraat. Tussen 1946 en 1951 zouden in verschillende bouwstromen woningwetwoningen worden gebouwd, waarvan ongeveer de helft langs de nieuwe straten. Er werden een drietal woningtypes ontworpen voor dubbele woonhuizen, één type geschakelde woonhuizen en een bijzondere woning voor de beëindiging van het plantsoen. Deze basistypes werden waarschijnlijk allen al in 1946 ontworpen en in de navolgende jaren met verschillende variaties uitgevoerd. Opvallend is de goothoogte, die verschilt naar gelang de stedenbouwkundige situatie. De woningen die in 1951 als laatste zijn gebouwd aan de oneven zijde van de Prins Bernardstraat wijken af van de basistypes en zijn waarschijnlijk door de gemeente zelf ontworpen. De woningen werden ontworpen in een traditionalistische, tuindorpachtige sfeer, waarbij elementen aan de Achterhoekse boerderijbouw werden ontleed. Grote diepe kavels waren nodig, omdat tot de eerste levensbehoeften van de eerste bewoners behoorde een moestuin, een kolenhok, een varkensstal of een kippenren. Dit vond men belangrijker dan bijvoorbeeld een badkamer. Karakteristiek voor de wijk zijn ondermeer de door de nu deels verdwenen ligusterhagen van de weg gescheiden voortuinen, de ruime achtertuinen en de fraaie doorzichten tussen de huizen met uitzicht op de Mariakerk in westelijke richting en de Martinusmolen in oostelijke richting. Zowel stedenbouwkundig als architectonisch weerspiegelt de wijk de opvattingen van de Delftse school. De Delftse school is ondermeer herkenbaar aan de menselijke schaal gebaseerde architectuur, de toepassing van streekeigen materialen, handvorm bakstenen en met pannen gedekte zadeldaken voorzien van duidelijk gemarkeerde schoorstenen. Al sinds 1966 bestonden er plannen om de gehele wijk tot gemeentelijk monument te benoemen. In opdracht van de toenmalige gemeente Didam bracht het Gelders Genootschap in hetzelfde jaar een positief advies uit dat bleef liggen tot de politiek bij de begrotingsbehandeling van 2002 besloot de zaak opnieuw op te pakken zodat de Julianawijk een monument zou worden. In 2003 maakte drs. R.J.A. Crols van het Gelders Genootschap een conceptredengevende beschrijving voor de panden Bernardstraat 9 en 11, 15 t/m 23, 16 t/m 26. Julianastraat 1 t/m 39, 2, 4, 6, 8, 10 t/m 38, 40, 42 en 44. Hoofdstraat 38, 40 en 44 t/m 58. Wilhelminastraat 61 t/m 71. Willibrordusweg 23, 25, 35 t/m 57 en 61 t/m 83. Op grond van deze beschrijving gaf de gemeentelijke Monumentencommissie op 25 november 2004 een positief advies aan Burgemeester en Wethouders om het geheel op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Uiteindelijk gaf ook de eigenaar van de woningen na enige bedenkingen toestemming tot plaatsing. Op 14 december 2004 kreeg de hele wijk de beschermde monumentenstatus.

 

De uitreiking van de monumentenprijs

Op zaterdag 8 september werd in de feestelijke versierde Julianastraat onder grote belangstelling de prijs uitgereikt door wethouder Ted Kok van de gemeente Montferland. Ruim tweehonderd bewoners en een dertigtal officieel genodigden waren getuigen dat veel waardering werd uitgesproken aan de bewoners voor hun inzet in het verleden. Ook werd duidelijk dat de gemeente Montferland ook naar de toekomst toe wil aansturen op een gemeenschappelijke inzet van alle betrokken partijen voor behoud van de wijk. De prijs bestond uit drie gedeelten: een geldprijs van € 1500,00 die zal worden aangewend voor verfraaiing van de wijk, een oorkonde, en een fraaie pentekening van de wijk. Alle 97 hoofdbewoners van de wijk kregen hierbij een kopie van oorkonde en tekening overhandigd. De tekening werd gemaakt door Dick Caderius van Veen afkomstig uit Arnhem. Schutterij Wilhelmina met hun commandant en vendeliers  brachten een muzikale (vendel) hulde wat erg op prijs werd gesteld door alle aanwezigen. De eigenaar van de woningen

‘ Laris wonen en diensten’ en de Rabobank Didam ondersteunden met een financiële bijdrage de bestrijding van de  gemaakte onkosten waarvoor een hartelijk dank werd uitgesproken.